Visitatiecommissie helpt bij grip op uitgaven sociaal domein

Het VNG-bestuur heeft vandaag de ‘Visitatiecommissie financiële beheerbaarheid sociaal domein’ ingesteld. Deze commissie, onder leiding van Marjanne Sint, gaat gemeenten ondersteunen bij het grip krijgen en houden op de uitgaven in het sociaal domein.

Gemeenten spreken nadrukkelijke zorgen uit over de financiële beheersbaarheid in het sociaal domein. Deze zorgen zijn ook geagendeerd in het Interbestuurlijk Pro­gramma (IBP). Naar aanleiding hiervan spraken de VNG en het ministerie van BZK af een visitatiecommissie op te richten. De taak is vooral om gemeenten te ondersteu­nen, daarnaast maakt het werk van de commissie landelijke trends inzichtelijk.

Lerend vermogen

Veel gemeenten kampen met budgetoverschrijdingen in het sociaal domein. Naast de roep om meer macrobudget en eerlijker verdeelmodellen, willen gemeenten ook in de eigen organisatie kijken naar oorzaken en interventiemogelijkheden. Daarbij is ook veel aandacht voor het lerend vermogen, als input voor de gesprekken met het Rijk.

Opdracht

De visitaties zijn niet primair gericht op het terugdringen van eventuele tekorten, hoewel tekorten uiteraard wel een gevolg kunnen zijn van een gebrek aan grip. De opdracht is vooral om gemeenten te helpen bij de grip op de uitgaven in het sociaal domein.

Uitkomsten

De uitkomsten van de visitaties (opgenomen in eindrapportages) zijn ten eerste bestemd voor gemeenten zelf, zodat zij aan de slag kunnen met de adviezen. Bij aanmelden stemmen gemeenten ermee in dat de uitkomsten gedeeld worden met een brede klankbordgroep (met vertegenwoordigers van de VNG, twee gemeenten en het Rijk) om zo te kunnen leren van overkoepelende vraagstukken en inzicht te krijgen in landelijke trends.

Aanmelden

De eerste visitatie gaat begin april van start, de verwachte doorlooptijd per gemeente (van intake naar eindrapportage) is ongeveer 6 weken. Gemeenten kunnen zich aanmelden via:

Als het aantal aanvragen de capaciteit van de Visi­tatiecommissie overstijgt, wordt een prioritering gemaakt. Hierbij wordt gekeken naar onder andere geografi­sche spreiding, actuele financiële positie en eventuele deelname aan eerdere onderzoeken en/of verbeter­trajecten.