Verbeteragenda lokale toegang Wmo

De VNG stelt een verbeteragenda op voor de lokale uitvoering van de Wmo. Een belangrijk onderdeel voor verbeteringen op de korte termijn is de looptijd van gemeentelijke beschikkingen. Graag gaat de VNG hierover met gemeenten in gesprek. 

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 12 april 2019 de Tweede Kamer en gemeenten geïnformeerd over zijn voornemen de Wmo 2015 aan te passen, waarbij het resultaatgericht beschikken een plek krijgt in de Wmo 2015. Het wetsvoorstel heeft tot doel gevolg te geven aan de uitspraak van Centrale Raad van Beroep van 8 oktober 2018 over resultaatgericht beschikken en de ontstane gemeentelijke uitvoeringspraktijk van dit resultaatgericht beschikken in lijn te brengen met deze uitspraak. Tot aan de wetswijziging van de Wmo 2015 worden gemeenten overeenkomstig de motie van de leden Slootweg en Geluk-Poortvliet (CDA) geadviseerd om klachten en bezwaren af te handelen op een manier die recht doet aan de gewezen uitspraak van de hoogste bestuursrechter, om de rechtszekerheid van cliënten in de praktijk te borgen.

In voorbereiding op het wetsvoorstel zijn bijeenkomsten gehouden met gemeenten, cliëntorganisaties, lokale cliëntenraden en aanbieders. Op basis van die gesprekken is duidelijk geworden dat naast de regelgeving ook de gemeentelijke uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning in de praktijk aandacht verdient. In het verlengde van de voorgenomen wetswijziging stelt de VNG daarom een verbeteragenda voor de lokale uitvoering op. Dit gebeurt op basis van onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Nationale Ombudsman, de regionale bijeenkomsten onder de noemer Merkbaar Beter Thuis en het rapport van Significant over levenslange en levensbrede zorg- en ondersteuningsvragen in overleg met gemeenten, cliëntorganisaties en aanbieders. Op korte termijn volgt nadere berichtgeving over deze verbeteragenda en de bijdrage die gemeenten, clientorganisaties en aanbieders daaraan kunnen en willen leveren.

Looptijd gemeentelijke indicaties in de Wmo 2015

Een belangrijk onderdeel van de verbeteragenda voor verbeteringen op de korte termijn is de looptijd van gemeentelijke beschikkingen. Naar aanleiding van een ingediende motie tijdens het Voortgezet Algemeen Overleg (VAO) Wmo van 3 september jl. heeft de Tweede Kamer een motie van het lid Kerstens (PvdA) aangenomen. Deze motie roept minister De Jonge op om in overleg te gaan met de VNG en cliëntorganisaties om het langdurig beschikken voor cliënten met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag nader uit te werken.

Op grond van de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk om die inwoners die daarop aangewezen zijn maatschappelijke ondersteuning te bieden. Dat kan in de vorm van een algemene of een maatwerkvoorziening. Tot de inhoud van dit besluit behoort o.a. de omvang van de voorziening en eventueel de looptijd ervan.

Gemeenten worden opgeroepen om bij het afgeven van een beschikking van bepaalde tijd die beschikking zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de specifieke situatie van de cliënt. Het standaard afgeven van beschikkingen met bijvoorbeeld een duur van een jaar past niet bij het uitgangspunt van de Wmo 2015; het bieden van maatwerk. Dat een cliënt binnen afzienbare tijd in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie of beschikkingen koppelen aan de contractduur van een aanbieder zouden geen redenen mogen zijn om te tornen aan het bieden van dit maatwerk. Ook in die gevallen kunnen langer durende beschikkingen worden afgegeven. Bepalend in een beschikking is de te bieden ondersteuning en niet de aanbieder die de ondersteuning levert.

In die situaties dat het duidelijk is dat de beperking van een cliënt niet meer verbetert en levenslange ondersteuning noodzakelijk is, kunnen gemeenten ook beschikkingen afgeven voor langere tijd. De motie die is aangenomen door de Tweede Kamer spreekt de nadrukkelijke wens uit dat gemeenten dit, daar waar dit nog geen dagelijkse praktijk is, doen. De Wmo 2015 biedt die mogelijkheid. Wel is het dan van belang dat de gemeente de cliënt niet uit het oog verliest en periodiek beziet of de ondersteuning nog steeds een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.

Voor cliënten met een levenslange en/of levensbrede beperking is het van belang zekerheid over hun ondersteuning te hebben. Naast zekerheid voor de cliënt heeft het beschikken voor een langere periode ook voordelen voor gemeenten ten aanzien van de administratieve lasten. Minder beschikkingen betekent meer tijd voor het goede gesprek met nieuwe cliënten en meer tijd om periodiek in gesprek te zijn met bestaande cliënten. Een andere mogelijkheid om administratieve lasten te verminderen is het vaker toepassen van de ambtshalve verlenging van beschikkingen.

Afstemming tussen beleid en uitvoering

Mogelijk is het voor het afgeven van beschikkingen voor een langere duur ook noodzakelijk om wijzigingen door te voeren in de administratieve processen van de gemeente of de eisen die daaraan worden gesteld. Het is van belang hier zo nodig ook aandacht aan te besteden.

Oproep: in gesprek met gemeenten

Graag gaat de VNG in gesprek met gemeenten over het meerjarig beschikken om tot een accuraat beeld te komen van de gemeentelijke uitvoeringspraktijk op dit punt. Op basis van dat beeld wordt de Tweede Kamer uitgenodigd voor een rondetafelgesprek over meerjarig beschikken in de Wmo 2015.