Onderhandelingen Cao Gemeenten: partijen nog ver uit elkaar

Vrijdag 22 maart was het vijfde overleg over de Cao Gemeenten 2019. De eerste vier overleggen waren op 14 december, 17 januari, 15 en 22 februari. Na het vijfde overleg is duidelijk dat de verwachtingen van gemeentelijke werkgevers en vakbonden ver uit elkaar liggen, zowel voor loon als verlof.

Verlof

Belangrijk onderwerp in de cao-onderhandelingen is het verlof. Op dit moment heeft elke gemeente een eigen verlofregeling, met extra verlof voor verschillende redenen. Voorbeelden zijn lokale feestdagen en leeftijdsverlof. Hierdoor zijn er verschillen in verlofaanspraken: niet alleen tussen gemeenten maar ook binnen gemeenten.

  • In de vorige cao is afgesproken om het verlof te harmoniseren. Een gezamenlijke werkgroep heeft een norm voorgesteld: naast het wettelijk verlof van 144 uur, een norm van 34 uur bovenwettelijk verlof per jaar (totaal 178 uur).
  • In deze cao wil de VNG de afgesproken harmonisatie van verlof uitvoeren. Daarmee komt niet alleen een einde aan lokale verschillen, maar komt deze arbeidsvoorwaarde ook ten goede aan alle werknemers en niet alleen speciale groepen. De nieuwe verlofnorm moet ingaan op 1 januari 2021.
  • De harmonisatie is conform de afspraak in de vorige cao en conform het advies van een gezamenlijke werkgroep. De VNG is bereid om te onderhandelen over overgangsrecht voor werknemers die er op achteruit gaan.
  • De vakbonden willen daaraan nieuwe voorwaarden verbinden. Ze willen de harmonisatie van verlof alleen uitvoeren als er daarbovenop een breed vitaliteitsbeleid komt met onder andere een landelijke afspraak over extra verlof voor oudere medewerkers.

Looptijd en loon

Zowel VNG als vakbonden zijn bereid om te praten over een cao met een langere looptijd, bijvoorbeeld twee jaar.

Gemeentelijke werkgevers zijn bereid om een serieuze investering te doen in de koopkracht van werknemers. De VNG heeft daarom op 22 maart aangeboden om de salarissen per 1 april van dit jaar met 2,5% te verhogen en op 1 april van volgend jaar met 2% inclusief 0,8% via het IKB. Dit loonbod betekent koopkrachtbehoud. Dit terwijl gemeentelijke werkgevers in 2019 ook ruim 1% extra loonkosten hebben door stijgende pensioenpremies.

De vakbonden hebben een voorstel gedaan voor structureel 4% in 2019 en structureel ongeveer 3,5% in 2020.

Transitievergoeding en werkgeversbijdrage

Partijen hebben eerder de intentie uitgesproken om te voorkomen dat er een stapeling ontstaat van huidige cao-afspraken voor werkloosheid en de wettelijke transitievergoeding die vanaf 2020 gaat gelden. Een gezamenlijke werkgroep heeft hiervoor een advies opgesteld met verschillende varianten. Partijen zullen de verschillende varianten op een volgend overleg bespreken.

Partijen hebben eerder ook de intentie afgesproken om een werkgeversbijdrage aan de vakbonden mogelijk te maken. Ook dit onderwerp komt op het volgende overleg aan de orde.

Ver uit elkaar

De VNG vindt het jammer om te moeten vaststellen dat partijen zo ver van elkaar staan. Het pakket aan wensen van de vakbonden is zo groot, dat het voor gemeentelijke werkgevers onbetaalbaar is. In de beleving van de VNG wordt hiermee geen recht gedaan aan eerder gemaakte afspraken: de investeringen die de gemeentelijke werkgevers de afgelopen — financieel moeilijke — jaren hebben gedaan in de koopkracht van de medewerkers en de afspraak om het verlof te harmoniseren. De voorstellen van de vakbonden voor verlof leiden juist tot meer verschillen tussen medewerkers.

Volgend overleg

Een volgend overleg is op 12 april. De VNG heeft nog steeds hoop dat partijen kunnen komen tot een redelijk pakket aan afspraken dat is afgestemd op de eigen sector: dus een pakket dat recht doet aan de loonontwikkeling en eerder gemaakte afspraken van de afgelopen jaren. Op die manier moet het lukken om snel een goede cao te sluiten waar zowel gemeentelijke werkgevers als werknemers zich in kunnen vinden.