Omgevingswet en energietransitie: opgavegericht samenwerken

Tijdens een bestuurlijke conferentie in maart bespraken bestuurders uit Flevoland en de Gooi en Vechtstreek over de bestuurlijke en organisatorische vragen die de invoering van de Omgevingswet en de energietransitie met zich meebrengen.

De grote opgaven in de leefomgeving leiden tot flinke veranderingen in de manier van werken: de opgave centraal, integraal, en als één overheid. Maar wie neemt het voortouw en wie voert het uit?

Eigen ambtenaren zitten verderop

Omgevingsdiensten hebben kennis en expertise om aan de voorkant mee te denken over het ruimtelijk inpassen van de energietransitie. Het is logisch om ze te betrekken bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan, volgens Kristel Lammers, VNG programmamanager Omgevingswet. Juist daar zit de kennis en expertise, stelt ze. Het zijn je eigen ambtenaren die een stukje verderop zitten.

Niet met instrumenten, maar de menselijke verhoudingen centraal

De energietransitie is zo’n grote opgave dat die juist samen en integraal aangepakt moet worden. Maar hoe? Volgens Kristel Lammers door goed te analyseren hoe de energietransitie zich verhoudt tot de andere fysieke elementen. Dat moet ook een onderdeel van de afweging zijn in de RES en in de Warmtevisie. De energietransitie en de Omgevingswet komen elkaar uiteindelijk tegen in de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Of we de doelen kunnen realiseren is afhankelijk van menselijke verhoudingen. Niet de instrumenten of de regels moeten centraal staan, maar het zoeken naar oplossingen voor opgaven. Van belang is dat bestuurders elkaar steeds beter gaan begrijpen en tot samenwerking komen. Zonder samenwerking wordt het lastig om samenhangend te besturen over beleid en uitvoering.

Meer informatie: