Een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling

Van 18 t/m 24 november 2019 is het de Week tegen Kindermishandeling. Vanaf deze week worden gedurende een jaar 30 verhalen gedeeld van professionals, ouders, kinderen en omstanders, die zich geconfronteerd zagen met kindermishandeling.

Ondanks vele campagnes, interventies en beschikbare kennis blijft het aantal slachtoffers van kindermishandeling in Nederland te hoog. Waar tijdens voorgaande edities een week lang extra aandacht werd gevraagd voor dit complexe en hardnekkige probleem, geldt de Week nu als startpunt voor een jaar lang extra aandacht.

30 jaar Internationale Kinderrechtenverdrag

Tijdens de Week bestaat het Internationale Kinderrechtenverdrag 30 jaar. Deze memorabele dag vormde de kapstok voor het delen van 30 ervaringsverhalen. Het gaat daarbij om positieve ervaringen van professionals, ouders en kinderen die een verschil kunnen maken in de aanpak van kindermishandeling.

30 verhalen over wat helpt

Tijdens en na de Week delen we deze verhalen. Dit zijn verhalen van professionals die een omslag meemaakten in hun aanpak van kindermishandeling. Verhalen van ouders die niet meer wisten wat zij moesten doen, maar bij wie een professional of bekende het verschil wist te maken. Ook slachtoffers van kindermishandeling komen aan het woord. Elk verhaal beantwoordt de belangrijke vraag: ‘wat heeft mij geholpen?’ Werkzame elementen worden gedeeld en zo leren we van elkaar wat helpt wanneer er (een vermoeden van) kindermishandeling is.

Waarom is er een Week tegen Kindermishandeling?

In Nederland groeien circa 120.000 kinderen op in onveilige gezinssituaties. Samen hebben we een belangrijke verantwoordelijkheid om de veiligheid van deze kinderen te vergroten. Daarom vragen we hier jaarlijks aandacht voor tijdens de Week tegen Kindermishandeling. Dit jaar doen we dat door een jaar lang te leren van elkaar in wat we kunnen doen om de aanpak van kindermishandeling te verbeteren.

Meer informatie

De Week tegen Kindermishandeling wordt georganiseerd door het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie, in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport én het Ministerie van Justitie en Veiligheid.